henrybos.reismee.nl

Eindbestemming bereikt...

Na drie volle maanden reizen heb ik vanmorgen mijn eindbestemming bereikt: Lima, hoofdstad van Peru met maar liefst acht miljoen inwoners. Wat een afstand heb ik overbrugd over land (grofweg van Nederland naar Congo). En wat veel vette, merkwaardige, abnormale en onvergetelijke ervaringen ben ik rijker. De spreekwoordelijke kers op de taart was het bereiken van Macchu Picchu, de `verloren stad` ergens hoog in de bergen en in de jungle van Zuid-Amerika. Na vijf dagen trekken door de jungle en bergen van Peru kon ik geen mooiere afsluiting bedenken. Het leek me nice om als eerste voor de horde toeristen een glimp van Macchu Picchu op te vangen, dus zo gezegd zo gedaan... Om 4 uur `s ochtends opstaan, hoofdlamp op en om 6 uur half uitgeput en 2000 en nog wat traptreden rijker mocht ik de eerste glimp van Macchu Picchu opvangen. Onvergetelijk. En daarmee heb ik geen woord teveel gezegd. Na zes uur ronddwalen door deze maffe en onmogelijke stad kan ik niet tot een andere conclusie komen. Veel te veel toeristen, maar dat moet je maar op de koop toenemen.

Tot welke conclusie kan ik wel komen na drie maanden reizen?

- Op mijn weg van Ushuaia naar Lima heb ik gebruik gemaakt van vele transportmiddelen. Een korte opsomming: 6 boottochten, 10 liften in Patagonië en Noord-Argentinië, 1 treinreis in Peru, 1 vliegreis, 7 mountainbiketochten, zo`n 10 metroritten en vele, vele ellenlange busritten. Waarom heb ik alles over land gedaan, en niet gebruik gemaakt van het gemak van het vliegtuig (afgezien van de reis naar Ushuaia)? Vrij simpel, omdat ik de landen wilde leren kennen waarin ik me bevond. Vooral de overgang van het grote niets van de pampa`s van Patagonië was er eentje die opviel. De systematische orde in de bus maakt plaats voor de kenmerkende `hoempapa` van de rest van Zuid-Amerika. Hoe noordelijker je komt, hoe meer ongein er in een bus wordt gestopt. Het begint in Noord-Argentinië met hetinstappen van lokale indianenvrouwen. Ze hebben hier nog niet zoveel troep bij zich, maar noordwaarts in Bolivia en Peru is niets te gek. Keffende honden, kakelende kippen, honderden kilo`s koopwaar, duizenden eieren, verzin het maar. En dan heb ik het niet eens over de geuren die al dit koopwaar teweeg brengt. Ik had het niet willen missen.

- Hoogtepunten waren er zeker. Zowel letterlijk als figuurlijk de beklimming van de Huayna Potosi was er eentje die ik niet had willen missen. En het bereiken van Macchu Picchu op de vroege ochtend. En de vele zonsopkomsten in Patagonië. En het zien van de unieke verwaaide luchten en pampa`s van Patagonië. En het rondrijden over de Altiplano van Bolivia aan het eind van het regenseizoen. En alle mensen die ik tijdens m`n reis heb ontmoet. Van tandpastaverkopers tot bankdirecteuren. Het was goed.

Morgen is het tijd om weer eens naar Europa te vliegen. Via Parijs hoop ik in Madrid aan te komen, om dinsdag het vliegtuig naar Nederland te pakken. Er is een tijd van komen, en er is een tijd van gaan. Morgen ga ik maar eens. Met een flinke portie levenservaring `in the pocket`!

Hasta la vista!

Oh ja, en Lake Titicaca was briljant, maar dat ga ik hier niet ook nog eens vertellen...

6088 meter!

Eén berg, één gids, twee benen. Wat een absurde drie dagen heb ik achter de rug in het hooggebergte van Bolivia. Met als letterlijke en figuurlijke hoogtepunt het bereiken van de top van de Huayna Potosi, op een hoogte van 6088 meter. Ik weet nu ook hoe lastig het is toppen boven de 6000 meter te bereiken. Natuurlijke obstakels en vooral de hoogte spelen elke bergbeklimmer parten. Je hebt er een dagtaak aan om boven de 5000 meter je noodzakelijke portie zuurstof binnen te krijgen. Elke tien meter heb je de neiging terug te keren naar lagere oorden. Dit is nog eens wat anders dan een alp van 2000 meter beklimmen…

Terwijl ik een week geleden in La Paz rondliep, viel mijn oog constant op de machtige bergen rondom de stad. Allemaal 6000-ers. De verse sneeuw glinstert elke morgen in de zon. Wat een hoogte! Nu leek het mij een mooi plan zo´n berg te beklimmen. Gewoon, omdat het kan. Om eens in je leven op 6000 meter te staan. Nu vergt zo´n tocht uiteraard wel wat voorbereiding. Gelukkig zijn er een aantal bureaus die zo´n expeditie organiseren. Want je hebt in zulke onherbergzame oorden uiteraard een gids nodig, liefst een ervaren gids. En een ijshamer. En crampons (van die scherpe punten onder je schoenen). En touw. En ander klimgereedschap. En uiteraard een warme outfit. Na wat bureaus gecheckt te hebben, heb ik de meest betrouwbare gekozen. Felix, een Boliviaan die in heel Zuid-Amerika bergtochten leidt en al 30 jaar in het vak zit, wordt mijn gids voor drie dagen. Dus op naar de Huayna Potosi!

De eerste dag was een zogenaamde oefendag op de gletsjer van de Huayna Potosi. Alle ins en outs van het ijsklimvak werden mij door Felix aangeleerd. Hoe daal je af op een gletsjer? Welke looptechniek gebruik je wanneer? Hoe te zekeren? Wat zijn de gevaren van een gletsjer? En ga zo maar door. Het lijkt wel Bjoeks, maar dan in het echie ;) En je beklimt een gletsjer in plaats van een houten wand… Na een aantal uren sta je plotseling ver op de gletsjer. En vooral hoog op de gletsjer. Felix durfde het aan om muren van ijs van zo´n 10 a 20 meter te beklimmen. 90 Graden omhoog, en dat is niet overdreven. Hij dacht dat ik het wel aankon… Gewoon niet naar beneden kijken en vertrouwen opeen goede zekering (die ik zelf in het ijs boor… ;)). Pas tijdens het afdalen zie je hoe helder de luchten zijn en in hoe zo´n groots landschap je hier loopt! En ondertussen hoor je de gletsjer kraken. Vroeg slapen in de refugio/ berghut. En wat een sterrenhemel ´s nachts op deze hoogte! Nog nooit eerder gezien. Oh ja, het is ook koud. Vooral ´s anchts. Bikkelen geblazen.

De volgende dag vertrekken we met ijshamer in de hand naar de laatste refugio. In de eeuwige sneeuw. Het is een relatief ´makkelijke´ dag, want de volgende nacht vertrekken we om 01.00 uur richting de top. Springend van rots naar rots en stapvoets door de sneeuw bereiken we de hut. Een Franse dame, een Duitser en een Israëlier zijn ook in de hut te vinden en zullen morgen eveneens een poging wagen de top te bereiken. Een poging, want een gedeelte van de beklimmers blijkt fysiek niet in staat de top te bereiken. Achteraf weet ik waarom… Maar goed, om 17 uur eten en om 18 uur proberen te slapen. Want zes uur later en midden in de nacht begint de beklimming…

De nacht is koud, winderig en het sneeuwt voortdurend… Gelukkig knapt het weer iets op wanneer we de hut verlaten. Crampons onder, helm op, ijshamer in de hand en gezekert aan Felix door middel van een touw gaan we omhoog. Een eind omhoog… In het donker en met hoofdlamp op klimmen we stapvoets omhoog. In de sneeuw en op de gletsjer. Gelukkig was het donker, want de terugtocht zie je pas wat voor gekkenwerk het is. Muren van ijs steil omhoog… Rond 06.00 uur wordt het licht en tijdens een kortstondige opklaring zie je in wat voor winter wonderland je je bevindt: alles compleet wit, crevasses (ijsspleten) die de diepte in gaan en rotsen met eronder hangend meterslange ijspegels. Het uitzicht is adembenemend. Je bevind je boven alles en iedereen op eenzame hoogte. De opklaring is kort, maar wat een moment! Het laatste gedeelte naar de top was levensgevaarlijk, maar had ik niet willen missen. Je loopt over een richel van sneeuw van ongeveer een meter breed naar de top. Links is niks en rechts is niks, slechts een ravijn van honderden meters… Aangezien je zwaar uitgeput bent moest ik me volledig concentreren op de weg omhoog. Wat lastig is, aangezien de condities slecht waren. Het waaide en het sneeuwde flink. En dan, volledig uitgewoond, doemt de top op. 6088 meter! Gewoon gehaald! Wat een hoogtepunt! Ik heb nog net genoeg energie om mijn camera ergens onder mijn kleding vandaan te halen en een foto te laten maken…Respect ook voor de Franse dame die er echt totaal doorheen zat maar toch de top wist te bereiken!

Daarna de afdaling. Alles, maar dan ook echt alles is wit van de (verse) sneeuw. (Wat dan pas opvalt, aangezien het de heenweg donker was…) Het is compleet stil, slechts je eigen voetstappen hoor je kraken in de sneeuw. Eén grote ijswereld. Over de moeilijkheidsgraad ga ik maar niet teveel zeggen, behalve dat ik mijn gids en het veiligheidstouw hard nodig had ;) Wat een held ook dat hij de weg blindelings in het donker weet te vinden. Als hij een paar meter mis zit, lig je in het ravijn of in een crevasse. Achteraf vertelde hij me hoeveel (dodelijke) ongelukken er gebeuren op deze berg… We passeren dan ook een flink aantal monumenten op onze weg terug. Was ik blij dat ik een ervaren gids had...

Compleet kapot en uitgewoond rijden we aan het eind van de middag de bewoonde wereld weer in. Met een dikke grijns op mijn gezicht, uiteraard… Een 6000-er beklommen…

Hasta la vista!

Bolivia, een land vol chaos...

Na zo´n tweeënhalf week reizen in Bolivia leer je het land een beetje kennen. Het is een interessant land met een prachtige natuur, maar ook met veel problemen. Werkloosheid en armoede zijn enkele van de problemen die Bolivia dagelijks probeert te overwinnen. Het staat niet voor niks nog steeds te boek als een derdewereldland. En dat terwijl het land een ongekende hoeveelheid mineralen en andere natuurlijke hulpbronnen heeft...

Bolivia is onder te verdelen in grofweg twee gebieden: de Altiplano (hoogvlakte) in het zuiden en de jungle in het noorden. De Altiplano is bergachtig en zuurstofarm. Lama´s en alpaca´s dwalen er rond en veel bacterieën kunnen er niet leven. De natuurschoon die op deze ´vlakte´ te vinden is, is indrukwekkend. Adembenemend. Niet te vangen in foto´s. En dan heb je de jungle in het noorden. Vlak en vol tropisch regenwoud. Heet. Vochtig. En uiteraard onherbergzaam en vol tropische diersoorten. Leuk voor de dierliefhebber.

Een land met twee gezichten dus. En niet alleen in landschappelijk opzicht. Ook sociaal gezien kent dit land twee totaal verschillende kanten. Een gedeelte van de bevolking kent de westerse welvaart en heeft altijd een I-phone op zak, terwijl een groot gedeelte van de Bolivianen rond moet komen van omgerekend zo´n 2 euro per dag. Tientallen oude dames en kinderen claimen geld op straat, en je kan ze niet allemaal van alles en nog wat geven... Demonstraties voor van alles en nog wat zijn er dan ook de orde van de dag. Zo kwam ik gisteren aan in La Paz. Nou ja, in La Paz... 10 kilometer buiten La Paz in een van de buitenwijken van de stad. Er bleken de hele dag demonstraties aan de gang te zijn betreffende de rechten van de inheemse bevolking. En hoe ziet zo´n demonstratie er dan uit? Alle wegen in en uit La Paz worden geblokkeerd, autobanden worden in brand gestoken en schreeuwende dames worden opgetrommeld. Complete chaos. Daar loop je dan over de snelweg, op weg naar het centrum. 10 kilometer... Langs brandende autobanden en schreeuwende Bolivianen. Welkom in Bolivia... Indrukwekkend om te zien, dat wel...

Verder valt de veiligheid me hier mee. Je verwacht dat het na zonsondergang een no-go area is, maar het is hier veiliger op straat dan in vele Argentijnse of Chileense steden. Dat is wel zo relaxt. Maar goed, er valt nog heel wat te doen hier...

Oh ja, wat heb ik verder gedaan hier in Bolivia? Ik heb in koloniaal Sucre 3 dagen taalschool gevolgd, wat ik hard nodig had... Grammatica en andere dingen werder erin gestampt. Spreken valt nog wat tegen, afgezien van de alledaagse uitdrukkingen... Maar ik ben nog steeds lerende. Verder heb ik zoals gewoonlijk veel mensen ontmoet, een mountainbiketrip gedaan en de mijnen van Potosi bezocht. Oh ja, de mijnen raad ik af voor mensen met claustrofobie... Dwalen door veel te smalle mijnschachten is niets voor hen. Trouwens, wat werken deze mannen hard voor slechts een hongerloontje per dag. Zes dagen per week. Tien uur per dag. Ongelooflijk. Na vijftien minuten kolen scheppen was ik bekaf. Respect.

In Nederland begint de zon ook wat door te breken en loopt de temperatuur weer wat op hoorde ik. Grappig om te lezen dat het landelijk nieuws is dat het weer mogelijk is om op een terras te zitten zonder te verkleumen, terwijl ik hier dagenlijks in t-shirt en korte broek rondloop...

Verder,

Hasta la vista!

Op hoogte in Bolivia

Op dit moment leef ik op 4070 meter hoogte in de hoogste stad ter wereld, genaamd Potosi. Zuurstof is hier schaars en muggen kunnen niet op deze hoogte leven. Mensen kunnen er blijkbaar wel leven… Ik bevind me hier in Bolivia tussen bizarre landschappen.

Eindelijk maar toch heb ik Argentinië verlaten, en heb ik koers gezet naar de hooglanden van Bolivia. Nog hoger klimmen vanuit Noord-Argentinië… De eerste stop was Tupiza, vanwaar de mooiste tours naar de Salar d´Uyuni vertrekken, naar men zegt. En tegelijkertijd ook de pittigste, aangezien het regentijd in Bolivia is. Dit betekent af en toe hozen water, en tussendoor veel zon. Het is tegelijkertijd ook het beste seizoen om de tour te doen, aangezien de bergtoppen wit zijn en de salar deels onder water staat. Dus maar eens op zoek naar een geschikte dienstverlener. Dit heb ik gedaan met Will, een Amerikaan, en Chloe, een Francaise. Onderweg naar Bolivia ontmoet. Na wat wikken en wegen hebben we uiteindelijk een vierdaagse tour gekozen. Achteraf een onvergetelijke tour met vele hoogtepunten. Een korte opsomming:

- - De eerste dag door red rock country gereden. Cacti, bizarre rotsformaties en lama´s vormen een schitterend panorama.

- - Geslapen in een dorp die met recht de titel ´in the middle of nowhere´draagt. Volgende dorp is maar liefst twee uur verder weg. Wij zijn de enige toeristen en de gehele bevolking (maar liefst 40 mensen!) loopt uit om aapjes te kijken. Oftewel lange blonde Nederlanders met blauwe ogen… De lokale kids willen maar al te graag een potje voetbal spelen, wat we uiteraard niet voorbij laten gaan. Het eten is meesterlijk en de bedden warm tijdens de koude nachten.

- - Een Boliviaanse familie op de hoogvlakte naar huis gereden. Hun jeep kon de modderwegen niet meer aan en kwam vast te zitten. De chauffeur was naar het eerstvolgende dorp (´slechts´ een uurtje verderop) gelift om hulp te halen, maar kon niet meer terugkomen aangezien er geen jeep meer die kant op ging. En wij waren de enige passanten. En tja, je kan ze echt niet een nacht in de kou laten staan. Niemand durfde het aan de auto in deze omstandigheden naar huis te rijden, dus er was maar één optie: rijden! En hoe vet was dat: touren over de Boliviaanse hoogvlakte met het raam open en Boliviaanse muziek in de boxen. Besneeuwde bergtoppen rondom. Door rivieren raggen. De lokale bevolking op de achterbank. Het kwam wel aan op mijn stuurmanskunsten, maar gelukkig bleken die voldoende… De familie was zo blij dat ze toch nog hun bestemming bereikten, dat ze me een armband en een memorystick vol Boliviaanse muziek gaven. En daarna weer door in ´onze´ jeep. Dat zijn de onvergetelijke avonturen…

- - Rijden door landschappen die rechtstreeks uit een sciencefictionfilm lijken te komen. Woestijn, rode/blauwe/zwarte/bruine/gele meren vol flamingo´s en besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. De foto´s vallen in het niets bij deze ervaring.

- - Zwemmen in hotsprings onderweg en de rotte-eierengeur van koende modderpoelen opsnuiven.

- - En de Salar d´Uyuni zelf. Wat een immense zoutvlakte! De Salar stond deels onder water, wat prachtige reflecties opleverde in het water. De Bolivianen hoeven zich in ieder geval niet druk te maken voor een zoutloos bestaan.

- - Geen douches onderweg, perfecte reisgenoten en een meer dan vriendelijke en gastvrije crew. Wat wil je nog meer op deze trip.

Morgen ga ik de mijnen van Potosi in en daarna op naar Sucre. De tijd gaat rap hier…

Hasta la vista!

Off the road in Argentina

Aangekomen in Salta viel de stad me nogal tegen. Elke toerist die deze regio aandoet gaat naar Salta en daarmee is de stad een echte ´tourist trap´. De stad heeft geen bovengemiddelde architectuur of vibe die het de moeite waard maakt er lang te blijven. Dus werd het tijd voor iets anders. Weg van de toersiten. En wat een goede keuze was dat achteraf!

Plan van aanpak? Een enkeltje Cachi (een of ander afgelegen dorp) boeken om vanaf daar te gaan liften. De weg ernaartoe was erg vermakelijk. Je ruilt het regenwoud na een tijdje in voor hoogland. En geen Schotse hooglanden. Nee, Argentijnse hooglanden. Dat betekent een enkeltje naar vlaktes vol cacti en alpaca´s. Omgeven door bergen die letterlijk elke kleur van de regenboog hebben. Geel, blauw, groen, oranje, rood. Verzin het maar. Je rijdt rond in een grote droomwereld. Aangekomen in Cachi reis je terug in de tijd. Cachi is een spierwit dorpje met een koloniale bouwstijl. En er valt weinig te doen, wat het dorp zijn charme geeft.Nadat om 3 uur de weinige toeristen vertrokken zijn vangt het echte Argentijnse dorpsleven aan. ´s Avonds Spaans leren van behulpzame Argentijnen in een van de weinige hostels. Daarna om 1 uur ´s nachts vertrekken naar een verlaten airstrip (gebruikt om drugs te importeren enzo…) om de sterrenhemel te aanschouwen. Liggend op een airstrip op grote hoogte met een onvoorstelbaar mooie sterrenhemel als uitzicht en met alleen Argentijnen… Dat zijn de ervaringen waarvoor je een ticket naar Zuid-Amerika boekt… En dat was slechts het begin.

Er was één Oostenrijkse dame, wij waren de enige westerlingen in het dorp, die een soort van zelfde idee had. Liften naar Cafayate. Een weg waar je onmogelijk met het openbaar vervoer kan komen. Geen bus. Alleen wat gravel. Dus de volgende dag met Veronica op pad in de brandende zon. Gemiddeld een auto per half uur. Druk dus. Maar achteraf zo simpel om te liften… De tweede auto was raak. Ongelooflijk, maar bleken het Britten te zijn. Met een immense 4x4. Dus toch beland bij Europeanen. Ze hadden al vastgezeten in een van de vele rivieren die je moet doorsteken op deze weg, dus ze konden wel wat hulp gebruiken als het weer gebeurde… De hele dag rijden door canyons die alle mogelijke kleuren bevatten, vol gas langs bomen vol krijsende papegaaien jagen en lokale gerechten op idyllische plaza´s in afgelegen dorpjes eten. Heerlijk. Tegen de avond aangekomen in Cafayate scheidden onze wegen weer. Dachten we. Hoopten we eerst. De volgende dag naar de ruines van Quilmes, een oude Quechua site (de lokale indigenous people hier). Weer lopend in de brandende zon maar weer liften. Komen de Britten langs. Tweede auto. Ongelofelijk. Stuck on British. De site was aardig. ´s Middags alleen het achterland ingegaan. Langs wijngaarden (heerlijke druiven, heb 3 trossen in mijn buik opgeslagen) en langs rode bergen en stekelige cacti. Een afgelegen dal in en zwemmen in de stroomversnellingen en watervallen van de rivier temidden van rondvliegende papegaaien. Later met twee andere Argentijnen, de enige mensen die ik tegenkwam daar. En dan het mooiste: liftend het dal uit in de enige pick-up truck die op de weg te vinden is! De wind in de haren. Jagen door de wijngaarden. Briljant.

De dagen erna hebben we liftend onze weg noorwaarts gezocht door de dalen met de magische namen Quebrada de Cafayate en Quebrada de Humahuanca. De dalen zijn te mooi om met woorden te beschrijven, dus dat doe ik dan ook maar niet. Foto´s komen wel een keer. Of niet, want Bolivia en internet is niet de meest ideale combinatie. Een groot gedeelte van de trip hebben we in een Argentijnse oude DAF-truck gedaan. Backpack achterin bij alle rotzooi, instappen en gaan met die banaan. On the road Argentinean style. Onvergetelijk.

Oh ja, het Engelse onderonsje was nog niet over. Ongelofelijk maar waar: lopen we in een of ander dorp die rechtstreeks uit een wild-west videoset lijkt te komen, met wat straatvoedsel in onze hand. Zitten daar de Engelsen weer. En ze gaan naar de Argentijnse zoutmeren. Willen we de volgende dag mee? Ehm, waarom ook niet ;)? Dus wij de volgende dag weer door briljante canyons op pad naar enkele onbekende zoutmeren. Een pas van 4100 meter over. En dan afdalen met een spierwit zoutmeer voor je snufferd. Briljante luchten erboven. Imposante weerspiegelingen in het meer. Meer ga ik niet over het landschap zeggen. En de Salar de Uyuni moet nog komen. De Britten stonden erop alles te betalen. Alles. Auto, eten, drinken. Goed leven.

Op dit moment ruiken we Bolivia overal. Alleen nog maar indeginous people. Straatvoer. Lage prijzen. Hoogte. Maar we blijven nog heel even in Argentinië. Morgen op pad naar het meest afgelegen dorp van Argentinië. Opnieuw een nachtje off the road. Wat een dagen!

Hasta la vista!

Oh ja, de hoogteziekte valt mee. Slechts een half dagje plat gelegen van de hoofdpijn. Mijn bloed is aangepast, dus ik laat het leven maar weer door mijn ledematen stromen. Want het continent is te mooi om stil te zitten…

Over snoepgoed, Argentijnse ´auto´s´ en slechte koffie

Argentinië en Chili zijn Zuid-Amerikaanse parels voor de cultuurliefhebber, de natuurfreak en de actieman. Beide landen herbergen uitgestrekte pampa´s, immense bergen, azuurblauwe meren, een kleurrijk straatbeeld, chaotisch verkeer en duizenden kilometers kust. De mensen zijn er klein maar fijn. De Argentijnse opa´s doen niks anders dan op de rand van hun eigen stoep neerploffen in de lome zomerhitte. Als ze al niet compleet uitgerangeerd zijn en hun siësta binnenshuis in een diepe slaap doorbrengen. De centrale plaza´s worden overbevolkt door straatverkopers en rondrennende kinderen. En wat al niet meer… In beide landen zijn oneindig veel opvallendheden aan te treffen.

Neem bijvoorbeeld het afrekenen van de dagelijkse boodschappen in de supermarkt. De supermarkten hier zijn in het algemeen niet zo bijzonder, afgezien van de minimale aanwezigheid groenten en de maximale aanwezigheid vlees. Maar dan moet de hele handel afgerekend worden, zoals in elke supermarkt. De eerste keer dat de kassa rinkelde en de la opengleed, viel mijn mond open van verbazing. De la bevatte naast wat muntgeld vooral snoepgoed. Rode, gele en blauwe snoepjes glinsterden in het supermarktlicht. Krijg je doodgemoedereerd een toffee in je handen gedrukt. Ik zie de kassadame al in het Spaans mijmeren: ´Alsjeblieft jongen, heb je ook wat te smikkelen voor onderweg´. Uit het veld geslagen verlaat ik de supermarkt. Ik wist dat ik hier in een grote snoepwinkel rondloop, maar om het nou zo letterlijk te nemen... De kinderen hier zullen maar al te graag mee willen richting supermarkt. Ik heb trouwens nog geen apart snoepopbergvakje kunnen ontdekken in de portemonnee´s hier. Oh ja, ondertussen ben ik erachter gekomen dat er een structureel muntgeldtekort is in beide landen, wat op deze creatieve manier wordt opgelost.

Een ander raar verschijnsel zijn de auto´s hier. Een deel van de auto´s is doodnormaal: netjes gelakt, goed schakelend en mét lichten. Het andere deel van de auto´s is niet onder de categorie ´automobielen´ te scharen. Verroest, hijgend en puffend, lichtloos en soms zelfs dakloos komt dit ongedierte tergend langzaam voorbijrijden. Een straathond is nog sneller. Wel goed voor de recycling. Duurzaamheid zal hier wel hoog in het vaandel staan. Ze hebben alleen wel een probleem als de weg steil omhoog gaat. Eén voordeel: de achteruitversnelling hoeft dan in ieder geval niet te werken. Scheelt weer…

Dan de koffie. Italianen kunnen koffie maken. Argentijnen niet. Chilenen zijn er nog slechter in. Elke morgen staat er een spectaculair ontbijt klaar: brood, jam en dulce con leche. Eentonig, maar prima eten. Dan de koffie. Elke morgen probeer ik het weer. En elke morgen tril ik van mijn stoel van de kwaliteit. Geen kwaliteit. Bosjesmannen kunnen betere koffie maken. Elke morgen weer dezelfde nachtmerrie. Want ja, ik heb koffie nodig. En ik houd vol, tot het bittere eind. Tot ik échte koffie heb gevonden. En anders is het eerste wat ik doe als ik terugkom een kolonie Italianen de Atlantische Oceaan laten oversteken.

Oh ja, ik ben op dit moment in Salta, Noord-Argentinië. Bijna in Bolivia. Het leven is hier goed, dus ik blijf nog even.

Hasta la vista!

Een weekje vol seismische activiteit in vulkanisch Chili…

Op dit moment zit ik aan de Stille Oceaan in Valparaiso, Chili. Een stad die uiterst idyllisch aandoet. Valparaiso is dan ook met recht in zijn totaliteit een World Heritage Site. Stel je voor: je hebt een paar ongelofelijk steile heuvels, een dorre woestijn en een kust. Bouw flink wat huizen op de 42 (!!) heuvels en verf ze in alle kleuren van de regenboog. Et voila, Valparaiso is geboren. Het is heerlijk dolen in de nauwe straten en steegjes die zich al kronkelend een weg banen naar de top. En aardige mensen hier. Je wordt overal aangestaard en nagekeken, maar als locals je uitnodigen in hun huis en vol trots hun huisje laten zien vind ik het mooi. Wat een verademing om in deze stad te zijn na een dagje Santiago, de hoofdstad van Chili.

Maar goed, ik ben dus weer even vertrokken uit Argentinië om opnieuw een uitstapje naar Chili te maken. Het land van de Andes met al zijn borrelende en stomende vulkanen. Dit doe ik op dit moment overigens al een tijdje samen met Joel, een Brit uit Newcastle die grotendeels dezelfde route wil afleggen. Pucon, een klein stadje in Midden-Chili aan de voet van een van de meest actieve vulkanen ter wereld, was voor een tweetal dagen onze uitgangspositie. Want een vulkaan moet beklommen worden, uiteraard. Een gids en een complete outfit is vereist om eventueel de top te bereiken. Eventueel inderdaad, aangezien Vulcan Villarica meestal in nevelen gehuld is en is bedekt met een grote ijskap. Epische omstandigheden dus. Dat is nu ook juist het mooie aan deze vulkanen. Dus wij opstaan om 3.30 uur in de ochtend om een poging te wagen. De ochtendstond heft immers goud in de mond. Na een koude tocht over sneeuw en afgekoelde lava werden we helaas gestopt door de natuurlijke elementen. Het weer was te slecht om de crevasses van de gletsjer te passeren. Helaas pindakaas, maar het was het vroege opstaan meer dan waard. Je loopt niet zo vaak met een pikhouweel in de hand over een gletsjer, terwijl het beneden een graadje of 30 is. En niet geschoten is altijd mis… ‘s Avonds maar in Termas los Pozones, de lokale hot springs gesprongen om nog wat meer op te warmen. De aanwezigheid van het binnenste van onze aardkorst is hier overal te zien en te ruiken.

O ja, nog zo’n aparte vulkanische ervaring vond plaats tijdens de busreis van Bariloche naar San Martin de los Andes, Argentinië. In Bariloche was het nog zoning en groen, maar plotseling veranderde het landschap van weelderig groen in een grote grijze massa. We reden een surreaal landschap binnen bedekt met 30-50 cm vulkanische as. Alles, maar dan ook echt alles was grijs. Inclusief de vele azuurblauwe meren in dit gedeelte van het Lakedistrict. De zon verdween achter een immense grijze rookpluim. En wij maar zeuren als er een aantal weken niet gevlogen kan worden vanwege een of andere IJslandse vulkaan… Hier vliegen de vliegtuigen al maanden niet of erg ongeregeld…

Ik vond het een weekje geleden ook wel weer eens tijd om mijn favoriete vervoermiddel, de fiets, te gebruiken. Dus in Bariloche een fiets gehuurd en de gebaande zwaar toeristische paden verlaten. Dat is het mooie van fietsen, je komt op plekken waar geen Europeaan of Amerikaan komt. Een en al offroad en heuvelop, maar wat een uitzichten. Bovendien was het een uitgelezen mogelijkheid om een colletje in Argentinië te doen. Zwaar in een graadje of 30 en ellenlange rechte wegen omhoog, maar ik kan toch mooi de Cerro Catedral bijschrijven op mijn lijstje!

Komende week maar eens wat busuren naar het noorden maken denk ik. De weken vliegen immers voorbij…

Hasta la vista!

Een enkeltje Ruta 40 por favor…

Op dit moment heb ik net twee lange reisdagen achter de rug. Hobbelen over Argentijnse gravelwegen, all the way up north van El Chalten naar Bariloche. Er moeten kilometers gemaakt worden. Al moet ik zeggen dat die kilometers niet echt rap werden weggetikt. Vooral de eerste dag was het gravelweg wat de klok sloeg, wat de koerssnelheid minimaliseerde tot zo`n 40 kilometer per uur. En dat op de beroemde Ruta 40 die het uiterste zuiden met het uiterste noorden van Argentinië verbindt. De enige transportas die van noord naar zuid loopt. Ik vind het mooi. Na de eerste dag kon je van al het zand dat aan mijn lijf zat vastgeplakt een zandkasteel maken. Het is de charme van de Ruta 40, die overigens snel zal verdwijnen aangezien asfalteermachines dag en nacht in de weer zijn om de route normaal berijdbaar te maken.

Wat doe je zoal tijdens deze hobbeltocht? Koekjes eten, alpacas tellen, over desolate pampas staren, Spaans leren en nog meer koekjes eten. Na twee dagen ben je blij dat je weer eens een stad inrijdt, en niet nog eens twee verlaten ranches in een kleine groene oase. Al was de rit wel een nice ervaring.

Wat heb ik afgelopen week zoal gedaan?

- Een immense ijsberg in een meer zien storten. Wat een massale brok ijs is de Perito Moreno zeg. Briljante uitzichten gegarandeerd.

- Een flinke sneeuwstorm getrotseerd en gekampeerd in de kou. Nederland zit in de kou op dit moment, maar Zuid-Argentinië kan er (in de zomer!) ook wat van. Het was twee dagen beunen in El Chalten met uitzicht op witte berglandschappen en rondvliegende condors, maar dan heb je ook eens ervaren wat kamperen en koken in de sneeuw is.

- Op dit moment zit ik overigens weer in een heerlijke avondhitte aan het Lago Nahuel Huapi. Dat doet een mens goed. Dus mij hoor je niet klagen!

- Tientallen mensen ontmoet. Van een Britse dame op middelbare leeftijd tot wat verdwaalde fietsers die 19 maanden geleden in Alaska zijn gestart (briljant idee overigens). Van Argentijnse parkwachters tot misplaatste Brazilianen in een Argentijnse stad. Voor ieder wat wils.

- Verwaaid in Patagonië. Patagonië staat bekend om de harde winden die er waaien. En dat heb ik geweten. Dag in, dag uit meer dan genoeg natuurlijke airconditioning. Minimaal windkracht 6 (en dat is niet eens overdreven...). In El Chalten ben ik zelfs met backpack en al van de berg geblazen door een van de gletsjer afstormende rukwind. In dat opzicht heb ik Patagonië zeker ervaren. Mijn windjack kwam niet alleen van pas, maar is een eerste levensbehoefte.

Komende week zal ik wat rondkijken in en rond Bariloche denk ik en weer koers zetten naar Chili. De vulkanen daar zijn actief op dit moment, dus dat wil ik wel eens zien...

Hasta la vista!